Wekelijks breng ik in de Roosendaalse Bode op zondag een stukje binnenstad onder de aandacht. Immers, Roosendaal is de moeite van het bekijken waard, als je het maar wil zien.
Deze week vond ik het Centrum van de Kunsten aan de Nieuwstraat op mijn tochten door de stad. Een bijzonder gebouw met een interessante geschiedenis.
Het verhaal dat Leon Arninkhof mij daarover schreef wil ik niemand onthouden:
Prachtig, dat statige pand aan de Nieuwstraat 37 en het staat er al meer dan honderd jaar. Het is altijd een openbare school geweest en dat is best wel bijzonder voor een overwegend katholieke gemeente als Roosendaal.
Ook daar is een verklaring voor. Roosendaal was vanaf ongeveer 1850 een spoorstad en veel mensen die in de begintijd bij de spoorwegen werkten waren socialisten en die stuurden hun kinderen natuurlijk niet naar een katholieke school maar wilden neutraal of openbaar onderwijs.
Eerst was er een kleine openbare school aan de Vughtstraat en in 1906 trok de school naar een nieuw gebouw aan de Nieuwstraat 37. In 1955 werd de school gesplitst in een openbare lagere school en een openbare mulo. Op de benedenverdieping was de lagere school en boven was de mulo. Die twee scholen kregen andere en betere behuizingen omdat het gebouw niet meer voldeed aan moderne eisen en omdat het te klein werd. Voor de School voor Expressie was het een perfect pand en vanaf 1978 worden hier cursussen beeldende vorming gegeven.
Inmiddels is het pand al een hele tijd gemeentelijk monument en dat is niet zo verwonderlijk als je ziet dat vergelijkbare monumentale gebouwen zoals de St. Jozefschool aan het Knipplein, het klooster aan de van Gilselaan en ziekenhuis Charitas aan de Kalsdonsestraat het niet gered hebben van de slopershamer.
Het lijkt me sterk dat iemand nog durft te overwegen om dat laatste voorbeeld van architectuur uit begin 1900 af te breken.







































