Een historische trein met tientallen gedeputeerden van de provincie Noord-Brabant reed twee dagen door Brabant om subsidie uit te delen voor het behoud van cultureel erfgoed. Vrijdagmiddag stopte de trein in Roosendaal. Bij het spoorwegcomplex was er subsidie voor het onderhoud van de locomotievenloods en het seinhuis. En vervolgens ging het gezelschap per bus naar de watertoren aan de Nispensestraat, waar eigenaar Jan Provily van gedeputeerde Brigitte van Haaften de subsidie symbolisch in ontvangst mocht nemen in de vorm van een goed gevulde gereedschapskist.
De watertoren van Roosendaal krijgt hiermee definitief een nieuwe bestemming. Binnenkort wordt een aanvang gemaakt met de verbouwing. De toren krijgt een dubbele functie. Er komt zowel een woonhuis als een restaurant in. Het karakteristieke gebouw waar ooit alleen sporadisch een monteur binnenkwam wordt daardoor nu deels een openbaar gebouw.
Historie
De monumentale watertoren van Roosendaal staat in de Nispensestraat. Aanvankelijk stond er dichter langs de weg, tegenover de Torenstraat die destijds nog Watertorenstraat heette, een kleinere houten watertoren. Toen de capaciteit daarvan onvoldoende werd door de groei van Roosendaal, werd een nieuwe toren gebouwd met een hoogte van 52 meter. Het huidige achtkantige gebouw dateert van 1916 en was een van de eerste betonconstructies van Nederland. Het bestek besloeg slechts 7 pagina’s A4. Brede vurenhouten trappen met gedetailleerd houtsnijwerk getuigen van de lage arbeidskosten in die tijd. Sinds 2002 staat het gebouw op de rijksmonumentenlijst.

Lange tijd is het stil geweest rond de watertoren. Na de verkoop in 2002 brak voor de nieuwe eigenaar een periode aan van onderzoeken en plannen maken, overleggen en plannen wijzigen. Inmiddels zijn de plannen rond en is de benodigde subsidie ontvangen.
Jan Provily was in eerste instantie op zoek naar een bijzondere woning. “Ik had geen specifieke voorkeur voor een watertoren, maar ik heb wel graag iets anders dan anderen. Ik heb ook molens bezocht die te koop stonden, maar die zijn toch over het algemeen erg klein om in te wonen. De watertoren in Roosendaal sprak me bijzonder aan door zijn fraaie uiterlijk, de mooie ligging in het centrum en de ruime tuin” verklaart hij zijn keuze. “Ik ben begin 2001 voor het eerst binnen geweest in de watertoren. Als straks het restaurant geopend wordt, zijn we tien jaar verder. We gaan nu eerst zorgen dat de basisvoorwaarden om te kunnen wonen en werken en de veiligheidsvoorzieningen in orde zijn. Dan kan het restaurant gaan draaien en in de loop van de tijd gaan we dan de rest afwerken.”
Het eerste jaar ging op aan onderhandelen over de aankoop. Vervolgens maakte de bouwkundig ingenieur zelf ontwerpen voor de verbouwing van watertoren naar woonhuis en legde die ter beoordeling voor aan diverse architecten. Eén architect kwam met het idee de lift niet zoals in Jan’s plan tegen de buitengevel, maar net naast het midden te positioneren. Dat bood zoveel meer mogelijkheden, dat de nieuwe eigenaar besloot aan dit idee vast te houden.

Plannen restaurant
In eerste instantie was de bedoeling van Jan en zijn echtgenote Saskia de toren volledig te benutten als woonhuis. Maar omdat de procedure van plannen maken en vergunningen aanvragen veel tijd in beslag nam, hadden de toekomstige bewoners ook meer tijd hun ideeën verder te ontwikkelen. Zo ontstond het plan een gedeelte van de toren in te richten als restaurant. “Koken is nou eenmaal al jaren Saskia’s passie”, verklaart Jan die keuze. “Bovendien zijn we allebei erg gastvrij. We maken het onze medemensen graag naar de zin”.
Een restaurant bovenin de toren leek hen heel bijzonder. De brandweer dreigde echter roet in het eten te gooien. De wetgeving stelt eisen aan de maximale afstand van een vluchtweg. Het bovenste gedeelte van het gebouw, vanaf 25 meter, mocht daarom niet zonder tweede vluchtroute als verblijfsruimte in gebruik genomen worden. Een vluchtroute aan de buitenkant van de toren zou teveel afbreuk doen aan het uiterlijk. De plannen moesten dus aangepast worden.
Er werden tekeningen gemaakt met het restaurant beneden. “Zonde,” vond Jan natuurlijk, “maar de brandweer leek onverbiddelijk. Tot twee jaar later de brandweercommandant me uitlegde dat ik, mits ik een sprinklerinstallatie aanlegde, het volledige gebouw mocht benutten. Op basis van die veiligheidseisen diende ik een nieuw plan in met het restaurant bovenin de toren. Binnen een maand kwam de goedkeuring van de brandweer! Toen waren we inmiddels wel viereneenhalf jaar verder”.
Ondertussen was er een crisis ontstaan in de bouwwereld. Dat bracht echter ook weer het voordeel met zich mee dat er nieuwe subsidieregelingen waren bedacht, onder andere voor cultureel en industrieel erfgoed. De aanvraag die Jan daarvoor vorig jaar indiende, werd onlangs gehonoreerd.
Restaurant
De toegangsdeur met de monumentale omlijsting op de begane grond leidt naar de ontvangstruimte voor het restaurant. Hier komen de garderobe, toiletten, een rookkamer en de lift. “Het idee is tegen de wand van de lift een waterval te laten lopen. ’t Is tenslotte een watertoren, dus we hebben een waterornament bedacht. We proberen zoveel mogelijk met water te doen. Er moet ook een uitgebreide waterkaart komen” vertelt Jan. “De lift brengt de bezoekers naar de 11de verdieping. Op alle andere verdiepingen (het woongedeelte) is het voor gasten niet mogelijk uit te stappen.”
Het restaurant komt bovenop de waterbak. Aan de buitenkant van de toren is dat te herkennen als de ring waar de kop van de toren begint. Op die hoogte worden vier ramen aangebracht en de hoogte van de vloer wordt aangepast aan de hoogte van de ramen. De gasten van het restaurant zullen daardoor een weids uitzicht hebben. Jan heeft er alle vertrouwen in dat dit volgend jaar een mooie én gezellige locatie wordt. “Wij zijn zelf kritisch. Wat wij zelf graag willen, willen we onze gasten ook bieden. Maar we hebben geen sterambities, het moet gewoon een goed en gezellig restaurant worden. Saskia volgt momenteel een opleiding tot professioneel kok in België.”
Met zes tafels biedt het restaurant ruimte aan maximaal 24 personen. Het wordt een echt verwenrestaurant. Dat betekent dat je er gerust de tijd voor kunt nemen; de tafels worden niet meer dan één keer per avond besproken. In eerste instantie wordt ervoor gekozen drie avonden per week en alleen op afspraak open te zijn.
Het restaurant gaat ook niet werken met een uitgebreide menukaart. Er zal één verrassingsmenu geserveerd worden voor alle gasten, die overigens wel hun persoonlijke wensen kenbaar kunnen maken. Zo wordt er wel rekening mee gehouden hoeveel gangen iemand wil en gasten kunnen aangeven wat ze beslist niet willen eten.
Woongedeelte
De watertoren is op zich een heel groot gebouw, maar omdat er overal trappen in zitten en een lift, hou je per verdieping niet zo heel veel ruimte over. Daarom wordt het woongedeelte verdeeld over drie verdiepingen: een zithoek, een eethoek en een keuken. Die keuken wordt overigens wel extreem groot, omdat daar ook voor het restaurant gekookt gaat worden. De overige verdiepingen gaan fungeren als slaapvertrekken, badkamer, werkkamer een binnentuin en opslagruimte voor het restaurant.
De verbouwing
Als de verbouwing begint, moet er eerst heel veel gesloopt worden.
Het beton van de toren bleek niet van constante kwaliteit te zijn. Begrijpelijk, omdat dat destijds in kleinere hoeveelheden met de hand gemaakt werd. Op sommige plekken is restauratie noodzakelijk. Binnenin de toren lopen drie grote gietijzeren buizen van boven naar beneden. De watertoren was niet meer dan een vat water met een buis naar boven om het watervat te vullen en een naar beneden om de stad te voorzien van water. Die worden verwijderd, op die plaats komt de lift. Het plan is de derde buis, de hemelwaterafvoer, te behouden zodat je de oorspronkelijke functie van het gebouw kunt herkennen. Ook de brede vurenhouten trappen met houtsnijwerk worden gehandhaafd. De nieuwe eigenaar wil het zo authentiek mogelijk houden.
In de bestaande situatie zit er om de zes meter een verdiepingsvloer. Daartussen worden nieuwe verdiepingen aangelegd. Gedeeltelijk worden dat halve verdiepingen, waar je via een vide naar beneden kunt kijken. Zo wordt het ruimtelijk gevoel van de oorspronkelijk zes meter hoge verdiepingen behouden. Vier van de acht zijden krijgen ramen. Op de bestaande verdiepingen (in de nieuwe situatie de tweede, vierde en zesde verdieping, aan de buitenkant te herkennen door de witte lijnen op de gevel), komen deuren met franse balkons.
De toren wordt aan de binnenkant geïsoleerd. En alle installaties moeten erin aangelegd worden. Want, hoe vreemd het ook klinkt, de watertoren heeft zelf geen watervoorziening. De watertoren was er om de hele stad te voorzien van water, behalve zichzelf.
“Je moet er verstand van hebben, maar je moet ook bijna idealist zijn om zoiets te doen, want je weet zeker dat je er niets aan verdient.” aldus Jan Provily. “Als ik straks klaar ben, heeft het me alleen maar geld gekost. Maar ik heb dan wel een woning zoals niemand anders die heeft.” [foto's : Aad Meijer]






































